We hadden nog geen melding gemaakt van een andere gezinsuitbreiding, die vorig jaar november heeft plaats gevonden, een bijenkorf. In deze bijenkorf zitten Australische steekloze bijen(stingless bees).

Ik ben al een een tijdje geobsedeerd door het leven van insecten in complexe sociale kolonies onderverdeeld in een kastsysteem (koningin, werkers enz.), in het bijzonder bijen (termieten, mieren etc leven ook volgens dit kastsysteem). Ik heb een boek gelezen over bijen specifiek over de Australische steekloze bij. Zoals de naam al doet vermoeden deze bijen steken niet, want ze hebben geen angel, ze kunnen wel bijten om zich te verdedigen, maar schijnt zelden te gebeuren naar mensen toe.

Ik vermelde “gezinsuitbreiding”, want we beschouwen de bijen zeer zeker als onze huisdieren, het zijn zulke fascinerende dieren, ik ben zo verschrikkelijk onder de indruk van de onvermoeide werklust van de bijen. Uitzondering is een beetje het mannetje (dar), die voert niet echt veel uit dan de voortplanting, vreemde wereld 😉 De levensduur van een van een werkbij is ongeveer 100 dagen, 2 keer zo oud als de normale Europese honingbij. De eerste job die een werkbij krijgt wanneer ze is ontwikkeld vanuit een larve, is het bouwen van nieuwe broedcellen, maken en handelen van voeding (honing en stuifmeel), en het voeren van de nieuwe larven. Na deze service te hebben verleend gaan ze de wacht houden bij de ingang van de bijenkorf. Na deze taak te hebben volbracht krijgen ze de “vuilnisdienst”, dit houd in dat ze er voor moet zorgen dat uitwerpselen en dergelijke verwijderd worden om de korf schoon te houden, en hun eerste contact met de buitenwereld. Dit is een dramatische verandering van omgeving, na eerst in een donkere, vochtige en veilige korf te hebben vertoefd gaan ze nu naar buiten waar het licht is. De temperaturen behoorlijk kunnen schommelen (regen), en ze aangevallen kunnen worden door roofdieren (ander insecten, vogels enz.). Na deze rol vervuld te hebben blijft er nog een rol over, en dat is het verzamelen van honing en stuifmeel, over het algemeen niet veel verder dan 500 m van de korf. Dit is de meest gevaarlijke rol die ze moeten vervullen, en doen dat over het algemeen voor een vrij korte periode, waarna ze dood gaan, omdat ze het om een of andere reden niet meer lukt om terug te keren naar de korf.

Zoals ik al zei verschrikkelijk fascinerend dat zulke kleine wezentjes zulke complexe levenswijze hebben. De bijen zelf zijn donker van kleur en erg klein, niet veel meer dan een paar mm, je zou ze makkelijk kunnen vergissen met een kleine vlieg. We hadden deze bijen al in ons stukje bos, maar omdat ik niet wist waar de bijenkorven (holle boomstronken)  waren, hadden we besloten om een korf aan te schaffen, zodat we het allemaal van dichtbij kunnen meemaken. En je kan niet genoeg bijen hebben, zeker als je weet dat er grote problemen zijn op de wereld met de bijen. Gelukkig heeft Australië deze problemen “nog” niet. En natuurlijk draagt dit ook weer bij met het bestuiven van de planten in de groentetuin. Honing is zeer zeker niet de reden waarom we de korf hebben aan hebben geschaft, want omdat ze zo klein zijn, produceren ze niet heel erg veel honing (sugarbag honey). Je kan dit wel doen, maar je moet een hele hoop korven hebben om een hoeveelheid honing te krijgen de de moeite waard is. Wel gaan we waarschijnlijk de korf splitsen na een jaar, wat redelijk makkelijk is om te doen (volgens het boek). Waarom dan splitsen? Wederom, omdat je geen genoeg bijen kan hebben. Als we dit gaan splitsen gaan doen schrijf ik wel weer een nieuw blog.

Tot zover……